Zoals veel muziek van andere componisten is ook muziek van Debussy gebruikt in speelfilms, documentaires en commercials. Een paar voorbeelden:
Clair de Lune is o.a. gebruikt in de remake van Ocean’s Eleven tegen het einde van de film als de hoofdrolspelers Brad Pitt en Matt Damon weglopen na een geslaagde casinoroof. Clair de Lune wordt ook gebruikt in de film Twilight en The Blue Lagoon (1980).
Het wordt gebruikt in de parfumreclame voor Chanel no. 5 (een van de duurste reclamevideo’s ooit gemaakt) met Nicole Kidman en Rodrigo Santoro: http://www.youtube.com/watch?v=yTO4FHf8MBs.
In de film Seven Years in Tibet (1997) vormt een speeldoos die Clair de Lune speelt een rode draad.
Het stuk komt ook voor in de films The Notebook, Atonement en The Darjeeling Limited.
Bron: Wikipedia
Erik Alfred Leslie Satie werd geboren aan de Franse kust in het lieflijke stadje Honfleur op 17 mei 1866. Hij stierf te Parijs op 1 juli 1925. Hij was een componist, en pianist.
Als pianist trad hij voornamelijk op voor café- en varietépubliek. Satie schreef muziek voor theater en ballet en componeerde daarnaast veel pianomuziek. Zijn composities worden getypeerd als origineel, humoristisch, vaak bizar, en minimalistisch. Satie werd een van de leiders van de Franse avant-garde. Pas op zijn 40e jaar begon hij de muziek echt serieus te nemen. In 1916 veroorzaakte de eerste uitvoering van zijn ballet Parade (voor orkest en typemachine) een schandaal. Daarmee was in één klap zijn reputatie als componist gevestigd.
Satie stond bekend als een excentrieke man. Een illustratie hiervan is het feit dat hij zijn eigen kerk stichtte (waarvan hij overigens het enige lid was).
Hij telde mensen als Claude Debussy en Maurice Ravel onder zijn vrienden. Hoewel het grote publiek hem tijdens zijn leven niet in de armen sloot, werd hij zeer bewonderd door vele jonge componisten, musici en muziekstudenten. Zo was Satie een grote inspiratiebron voor de Groupe des Six, een groep van zes Franse componisten: Georges Auric, Louis Durey, Arthur Honegger, Germaine Tailleferre, Darius Milhaud en Poulenc, Francis (Jean Marcel). De groep wilde helder, onopgesmukt muzikaal taalgebruik bevorderen. Dat maakte hen tegenstanders van het impressionisme (bijvoorbeeld Debussy en Ravel), slavisme (bijvoorbeeld Stravinsky) en post-wagnerisme (zoals de muziek van Schönberg).
Satie en Debussy waren goede vrienden. Debussy zou stukjes Satie in zijn werk hebben overgenomen. Satie was hiervan op de hoogte maar bleef er erg bescheiden onder, getuige onderstaande dialoog uit het boek van Victor-Emile Michelet: Les Compagnons de le Hiérophanie (1937): Tijdens een concert van Debussy zei iemand tegen Satie:- Hé! Dit is een zin van Debussy die erg op Satie lijkt! Waarop Satie antwoordde: – Ja, het is Satie, maar Debussy doet het veel beter dan ik!
Andere bekende composities van Satie:
Trois Gymnopédies (1888), piano Trois Gnossiennes (1890), piano Trois morceaux en forme de poire (1903), piano Le Fils des Étoiles (1894), ouverture voor het gelijknamige toneelstuk van Joséphin Péladan, piano (in 1919 door Maurice Ravel georchestreerd).
Gabriel-Urbain Fauré werd geboren op 12 mei 1845 te Pamiers (aan de voet van de Pyreneeën), als jongste van 6 kinderen. In 1854 wordt hij naar Parijs gestuurd – hij is dan 9 jaar. Aan de Ecole de Musique Religieuse et Classique Hij krijgt piano-en orgelles en ook les in compositie, onder andere van Camille Saint Saëns. Zijn eerste composities stammen uit circa 1861. In 1865 wint Faure een eerste prijs voor compositie, waarschijnlijk met zijn koorwerk Cantique de Jean Racine, opus 11.
Nog hetzelfde jaar verlaat hij de school en heeft achtereenvolgens diverse aanstellingen als organist. Hij is in 1871 een van de medestichters van de Societe Nationale de Musique. Deze organisatie heeft tot doel de uitvoering van werk van jonge Franse componisten te bevorderen. In 1909 splitst zich hiervan de Société Musicale Indépendante af, waarvan Faure de eerste voorzitter wordt. In 1896 wordt hij leraar compositie aan het conservatorium Parijs, waar hij van 1905 tot 1920 directeur is. Aan het eind van zijn loopbaan dwingt hardhorendheid hem om ontslag te nemen. Hij overlijdt in Parijs op 4 november 1924.
Zijn muzikale stijl kenmerkt zich, in vergelijking met romantischer Franse componisten, door het gematigde karakter, de grote logica en het teruggrijpen op klassieke vormen. Hij kan als wegbereider van het impressionisme worden beschouwd.
Het Requiem van Gabriel Faure is geen uiting van treurnis over een overledene. Faure schreef zijn dodenmis pour le plaisir, dus gewoon, zomaar, Omdat het hem leuk leek een Requiem te componeren. Misschien verklaart het de troostende lichtheid die het stuk zo bijzonder maakt. In hoeverre de dood van zijn vader in 1885 heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het werk is onduidelijk (overigens zijn moeder stierf op 31 december, zo’n twee weken voor de première). Over de reden waarom het Requiem geschreven is, schrijft Fauré in een brief aan componist / dirigent Maurice Emmanuel, die om programmatoelichting Vraagt voor een uitvoering van het stuk in 1910:
“Geachte heer en vriend, mijn Requiem is gecomponeerd zomaar … voor de grap, als ik dat zo mag uitdrukken! Het werd voor het eerst uitgevoerd in La Madeleine voor de begrafenis van een parochiaan rond 1890. Meer kan ik u niet vertellen!
Hoogachtend, Gabriel Fauré “
Van Faure’s Requiem bestaat een kerkversie en een concertversie. De eerste is in feite kamermuziek voor een sterk uitgedund ensemble, waarin altviolen en celli de klank bepalen, en de violen pas in het Sanctus mogen mee doen. De tweede is geïnstrumenteerd voor Symfonieorkest, waarbij een volledige vioolsectie gewoon vanaf het begin meestrijkt. De versie van het Requiem die tegenwoordig altijd wordt uitgevoerd, is niet de oorspronkelijke. De eerste uitvoering van het in 1887 gecomponeerde werk vond plaats op 16 januari 1888 in La Madeleine in Parijs. Het werk bevatte toen nog geen Offertorium, en ook het Libera Me was nog niet opgenomen. In 1889 werd het Hostias ingelast en wat later ook nog het “canonkoor” O Domine Jesu Christe dat het Hostias omringt. Daarmee ontstond het Offertorium in zijn huidige vorm. Het Libera Me was al in 1877 gecomponeerd, maar werd pas in 1890 aan het Requiem toegevoegd. De orkestbezetting was in de oorspronkelijke versie: eerste en tweede altviolen, eerste en tweede celli, contrabas, orgel, hoorns, trompetten, trombones, harp en vioolsolo in het Sanctus. De orkestratie zoals wij die kennen, met houtblazers en violen, kwam pas in 1900 gereed. Toen ook pas werd het werk gepubliceerd. Opvallend is dat in het begin van deze eeuw het Requiem lang niet zo populair was als tegenwoordig. Wat dit Requiem anders maakt dan andere is het feit dat van de Sequenta (Dies Irae) alleen het laatste stukje overbleef (Pie Jesu), dat op de plaats van het Benedictus terechtkwam. Het Benedictus ontbreekt dan ook. Verder komen het Libera Me en het In Paradisum normaal gesproken ook niet in een Requiem voor. Al met al heeft dit Requiem een heel vredig, berustend karakter: Vooral ook omdat het toch vaak opstandig klinkende Dies Irae is weggelaten.
Marc-Antoine Charpentier (Parijs, 1643 – 24 februari 1704) was een Frans componist.
Hij was een leerling van Giacomo Carissimi in Rome. Na zijn terugkeer in Parijs werd hij privé-componist voor Maria van Guise (tot haar dood in 1688) en componeerde later voor de Comédie Française, waar hij samenwerkte met Molière. De samenwerking met de toneelgroep ging nog geruime tijd door na Molières dood in 1673. Rond 1688 werd Charpentier componist voor de Jezuïeten en in 1698 kapelmeester van de Sainte-Chapelle.
Naast twee opera’s en diverse toneelmuzieken schreef Charpentier veel kerkmuziek, onder meer tien Missen, een Requiem en andere liturgische muziek met instrumentale begeleiding, variërend van enkele instrumenten tot volledig orkest. De Prélude van zijn Te Deum in D groot voor solisten, koor en orkest fungeert sinds jaar en dag voor vele Europese televisiekijkers als herkenningsmelodie van Eurovisie-uitzendingen.
Hélène Grimaud (Aix-en-Provence, 7 november 1969) is een Frans pianiste en schrijfster van het boek Wildernis Sonate.
Grimaud begint in 1978 met piano spelen. Ze krijgt les van Jacqueline Courtin op het Conservatorium van Aix-en-Provence. In 1982 komt ze bij Pierre Barbizet op het Conservatorium van Marseille en komt ook op het Conservatorium van Parijs in de klas van Jacques Rouvier. Drie jaar later wint ze de eerste prijs op het conservatorium en neemt ze Sonate nº 2 van Rachmaninov op. Dit levert haar de Grand Prix du Disque de l’Académie Charles Cros. De twee jaar daaropvolgend volgt ze een leergang voorbehouden aan de beste leerlingen.1987 markeert een beslissend keerpunt in haar carrière: Grimaud doet mee aan het Midem van Cannes, een pianofestival van de Roque d’Anthéron, doet haar eerste récital als solist in Parijs, speelt met het Orchestre de Paris onder leiding van Daniel Barenboim en speelt met diverse orkesten in verschillende landen.
Op haar 21ste gaat ze in Florida wonen.
Grimaud is tevens bekend voor haar passie voor de wolven. Sinds 1991, en na de benodigde diploma’s behaald te hebben, fokt ze deze dieren. Ze leeft vlak bij ze en bestudeert deze dieren grondig.
Ze heeft synesthesie, het ervaren van prikkels door meerdere zintuigen, bijvoorbeeld – zoals bij Hélène Grimaud het geval is – het zien van kleuren als je muziek luistert.
Jamais, avez-vous dit, tandis qu’autour de nous Résonnait de Schubert la plaintive musique ; Jamais, avez-vous dit, tandis que, malgré vous, Brillait de vos grands yeux l’azur mélancolique. Jamais, répétiez-vous, pâle et d’un air si doux Qu’on eût cru voir sourire une médaille antique. Mais des trésors secrets l’instinct fier et […]