Frequente fouten voorkomen
Een lijst van Franse constructies, met een Nederlandse vertaling, die kan helpen om (frequent gemaakte) fouten in steloefeningen te voorkomen.
- Le livre se compose de cinq chapitres.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken. - Il y a eu des hommes qui …
Er zijn mensen geweest die … - Il faudra s’en tirer le mieux qu’on pourra.
We moeten ervan maken wat ervan te maken valt. - Il faut en tirer le meilleur parti.
We moeten er het beste van maken. - Toutes ces choses ne se seraient pas passées …
Al die dingen zouden niet gebeurd zijn … - se poser des questions
zich vragen stellen - Quel est le sens de la vie ?
Wat is de zin van het leven ?
Quelle est la raison de mon existence ?
Wat is de reden van mijn bestaan ? - ces choses-ci
deze dingen
ces choses-là
die dingen - C’est pourquoi nous devons travailler.
Dat is waarom we moeten werken. - Il se pose des questions dans lesquelles il s’agit de la vie.
Hij stelt zich vragen die over het leven gaan. - quelque chose de naturel
iets natuurlijks - J’influence d’autres vies.
Ik beïnvloed andere levens. - Certains pensent, d’autres travaillent.
Sommigen denken, anderen werken. - Tout ce à quoi j’ai participé.
Alles waaraan ik heb deelgenomen. - Il est possible qu’il revienne.
Het is mogelijk dat hij zal terugkomen. - Moi, je ne le sais pas non plus.
Ik weet het ook niet. - Cela ne nous rend pas heureux.
Dat maakt ons niet gelukkig. - Il travaille énormément.
Hij werkt zeer veel.
Il lit énormément de livres.
Hij leest zeer veel boeken.
Il travaille tellement (= tant).
Hij werkt zoveel.
Il lit tellement (= tant) de livres.
Hij leest zoveel boeken. - Qu’est-ce que je dirai à la fille ?
Wat zal ik zeggen tegen het meisje ? - Comment le monde aurait-il été, si je n’avais pas vécu ?
Hoe zou de wereld geweest zijn, als ik niet had geleefd ?
… si je n’étais pas né ?
… als ik niet was geboren ? - Il n’y aurait pas eu de guerre.
Er zou geen oorlog geweest zijn. - Je veux répondre à cette question.
Ik wil die vraag beantwoorden.
C’est une question à laquelle je veux répondre.
Dat is een vraag die ik wil beantwoorden.
C”est une question à laquelle il est difficile de répondre.
Dat is een vraag die moeilijk te beantwoorden is.
La réponse à une question.
Het antwoord op een vraag. - de cette manière
op die manier - indispensable –> noodzakelijk, onontbeerlijk
superflu –> overbodig
inutile –> nutteloos - Il parlait les larmes aux yeux.
Hij sprak met tranen in de ogen. - en …ANT –> door te … + infinitief
Nous nous amusions en jouant aux cartes.
Wij amuseerden ons door kaart te spelen. - Personne ne peut rien dire.
Niemand kan iets zeggen. - Tout ce que j’ai écrit.
Al wat ik heb geschreven. - Plusieurs hommes et plusieurs femmes …
Meerdere mannen en meerdere vrouwen … - La plupart des femmes sont heureuses.
De meeste vrouwen zijn gelukkig. - quant à
wat betreft - La question est de savoir si je suis important.
De vraag is of ik belangrijk ben.
La question de savoir si je suis important…
De vraag of ik belangrijk ben … - Il aurait mieux valu que tu ne sois pas venu.
Het zou beter geweest zijn als je niet gekomen was. - Il se peut que vous mentiez.
Het kan (zijn) dat jullie liegen. - Y a-t-il … ?
Is er … ? - Je peux, on peut … –> Ik kan, men kan
- conclure –> besluiten
- la religion, religieux –> godsdienst, godsdienstig
- J’essaie de réussir.
Ik probeer te slagen. - résoudre –> oplossen


