Charles Baudelaire – La destruction

La destruction. (Les Fleurs du Mal)

Sans cesse à mes côtés s’agite le Démon,
Il nage autour de moi comme un air impalpable ;
Je l’avale et le sens qui brûle mon poumon
Et l’emplit d’un désir éternel et coupable.

Parfois il prend, sachant mon grand amour de l’Art,
La forme de la plus séduisante des femmes,
Et, sous de spécieux prétextes de cafard,
Accoutume ma lèvre à des philtres infâmes.

Il me conduit ainsi, loin du regard de Dieu,
Haletant et brisé de fatigue, au milieu
Des plaines de l’Ennui, profondes et désertes,

Et jette dans mes yeux pleins de confusion
Des vêtements souillés, des blessures ouvertes,
Et l’appareil sanglant de la Destruction!

De ondergang

Ik ben de plek waar onophoudelijk de Duivel zich vermoeit,
Ontastbaar en ijl is hij rondom mij in gang;
Ik zwelg hem op, en voel hoe hij mijn long verschroeit,
En haar vult met een eeuwige laakbare drang.

Omdat hij mijn grote passie voor de Kunst verstaat,
Neemt hij wel eens de wulpse vorm aan van een vrouw,
En huichelend, alsof het om neerslachtigheid gaat,
Maakt hij mijn lip aan schandelijke dranken trouw.

Zo voert hij me weg uit het blikveld van God,
Hijgend, vermoeid en gebroken tot
Ik door de desolate vlakten van Wanhoop moet lopen,

En gooit voor mijn ogen wars van elke samenhang,
Kleren vol vuil, kwetsuren nog open,
En het bloedrode stelsel van de Ondergang!

Vertaling – À la française

Creative Commons Licentie
De vertaling in het Nederlands is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.0 België licentie