La Fontaine – De Aarden Pot en de Ijzeren Pot

De Aarden Pot en de Ijzeren Pot

Eens wilde de ijz’ren pot op reis
En ging het d’aarden pot vertellen:
– « Wilt gij mij op mijn tocht verzellen?
Ik stel uw vriendschap zeer op prijs. »
Maar deze voelde zich bezwaard;
De reis mocht hem eens niet gelukken.
– « Waarschijnlijk kom ik thuis in stukken;
Ik blijf maar ‘t liefste bij de haard,
Gij, met uw sterke ijz’ren huid,
Kunt vrij wat meer dan ik verdragen. »
Maar de ijz’ren pot riep moedig uit:
– « Gij kunt met mij de reis wel wagen,
Want dreigt u ook het minste leed,
Ik stel mij daad’lijk tussenbeiden,
En zal al steunend u geleiden. »
Nu was onze aarden pot gereed.
En zij stapten naast elkaar,
Hotsend, klotsend op drie poten,
Maar door d’ijzren pot gestoten,
Dreigt de ander ‘t meest gevaar.
Ach, wat lijdt nu de aarden pot,
Hij heeft barst en scheur gekregen;
Onverdraaglijk werd zijn lot.
Wat was best nog? Stil gezwegen!

Wil de een met d’ander zich verbinden,
Dan wordt de zwakste licht bedot;
Men laat zich door de schijn verblinden,
Maar ‘t gaat als met de aarden pot.

Jean de La Fontaine

Bron

Image

Le pot de terre et le pot de fer


Jean de La Fontaine

Le Pot de terre et le Pot de fer