Excusez-moi. Excuseer me.
Veuillez m’excuser. Gelieve me te excuseren.
Voudriez-vous m’excuser, s’il vous plaît? Zou u me willen excuseren, alstublieft?
Je suis vraiment désolé(e). Het spijt me echt erg.
Je le regrette vraiment.
Je ne vous comprends pas très bien. Ik begrijp u niet goed.
Je n’ai pas bien compris. Ik heb het niet goed begrepen.
Je crains que je n’aie pas bien compris. Ik vrees dat ik het niet goed begrepen heb.
J’ai peur de ne pas avoir bien compris.
Je n’ai pas encore compris. Ik heb het nog niet begrepen.
Je ne comprends toujours pas. Ik begrijp het nog altijd niet.
Je n’ai toujours pas compris. Ik heb het nog altijd niet begrepen.
Je n’ai encore pas compris. Ik heb het weer eens niet begrepen.
Voulez-vous répéter, s’il vous plaît? Wil u eens herhalen a.u.b.?
Voudriez-vous répéter, s’il vous plaît? Zou u eens willen herhalen, a.u.b.?
Pouvez-vous répéter, s’il vous plaît? Kan u eens herhalen, a.u.b.?
Pourriez-vous répéter, s’il vous plaît? Zou u eens kunnen herhalen, a.u.b.?
Voudriez-vous parler un peu plus lentement, s’il vous plaît? Zou u een beetje trager willen spreken, a.u.b.?
Attendez, je vais chercher quelqu’un. Wacht, ik ga iemand halen.
…, je vais appeler quelqu’un Ik ga iemand roepen.
(Au téléphone) Ne quittez pas, je vous passe … Blijf aan de lijn, ik verbind u door met …
Veuillez patienter un instant, je vais chercher … Gelieve een momentje geduld te hebben, ik ga … halen.
Merci de votre compréhension. Dank u wel voor uw begrip.
Merci de votre patience. Dank u wel voor uw geduld.