Jean_CalvinZoals Rabelais staat voor de beginnende Renaissance, zo staat Calvin voor de Hervorming in Frankrijk. Calvin stelt zich op tegenover Luther, die hij anarchie verwijt, tegenover de katholieke Kerk, waarvan hij de misbruiken en de instellingen laakt, tegenover de Renaissance, en vooral dan Rabelais, die volgens hem heidens is en de geesten corrumpeert.

Geboren in Noyon in 1509, studeerde Calvin in zijn geboortestad. Aan de Sorbonne studeert hij theologie, in Orléans recht, en aan het Collège de France Griekse en Hebreeuwse filologie. Hij maakte reputatie als een gewaardeerd humanist en jurist. Calvin had normaal een kerkelijke carrière moeten doorlopen, maar hij nam steeds meer afstand van de katholieke Kerk. In 1534 moet hij van Parijs naar Bazel vluchten, waar hij zijn Institution de la religion Chrétienne (Institutio christianae religionis) schrijft. Calvin wordt naar Genève geroepen, waar hij een theocratische republiek organiseert. Hij sterft in 1564.

Calvin gelooft dat hij bekleed is met een goddelijke zending. Hij moet zieke zielen genezen, en hij doet dat met de Bijbel. Hierbij duldt hij weinig of geen tegenspraak. Een tegenstander zoals Michel Servet zal hij ter dood laten brengen. Zijn bekeringsdrift koppelt hij aan een ijzeren logica, zodat hij overtuigd is onfeilbaar te zijn in zijn verkondiging.

Calvin had begrepen dat, zeker in een Latijnse omgeving zoals Frankrijk, het door de Hervorming geprezen vrij onderzoek zou leiden tot versnippering en verwarring. Daarom wilde hij aan het protestantisme een Kerk geven, met een onfeilbare, onwrikbare leer.

Calvin heeft als eerste theologische vraagstukken behandeld in de Franse taal. Naast een aantal polemische geschriften onthouden we van hem vooral de Institution Chrétienne, die hij in 1536 in het Latijn schreef, in 1541 zelf in het Frans vertaalde, en in 1560 herwerkte. Calvin droeg het werk op aan Frans I. In zijn opdracht legde hij uit waarom een Hervorming noodzakelijk was, en waarom die het gezag van de koning niet ondermijnde. Het werk bestaat uit vier delen : God, Schepper en Voorzienigheid ; de zondeval en de verlossing door Christus ; de Genade ; de Kerk en de sacramenten (dit laatste deel is vooral een polemiek).

Op het vlak van de Franse taal is Calvins verdienste niet gering : hij schrijft helder, sober, zonder gezochte of nutteloze stijlwendingen. Zijn heldere zinnen zijn stevig opgebouwd en staan in contrast met de verwarde schrijfstijl van Rabelais. Calvin beoefent een vorm van welsprekendheid, die erg scherp kan zijn. Bossuet sprak van de droefheid van Calvin : Calvin was een gepassioneerd vechter, lachen was er niet bij. Dat zal één van de redenen zijn waarom hij als schrijver nooit de populariteit van een Rabelais of een Montaigne heeft gehad.