William ShakespeareIn het begin van de 17e eeuw vinden we in Engeland en Spanje de Westeuropese schrijvers die de tijd hebben doorstaan. Na 1630 verschijnen in Frankrijk de auteurs die aan de eeuw de naam van « siècle classique » gaven. (Voor Frankrijk beperken we ons hier tot een aantal zgn. « klassieke » schrijvers, en we laten er velen onvermeld, o.a. Descartes en Pascal.)

Shakespeare (1564-1616) schreef onder het bewind van Elisabeth en Jacob I, voor een breed publiek van studenten, leerjongens, soldaten en edelen, eeuwige stukken als Romeo and Juliet, Hamlet, Othello, waarin hij de menselijke natuur en passies met een rijk en diepgaand taalgebruik weergeeft.

Milton (1608-1684), trouwe aanhanger van Cromwell, dicteerde toen hij blind geworden was zijn Paradise Lost en Paradise Regained.

Miguel de Cervantes
Miguel de Cervantes
In Spanje leidde Cervantès (1547-1616) een avontuurlijk leven: hij werd gewond bij Lepanto, was gevangene van piraten, slaaf te Algiers. Terug in Spanje schreef hij zijn Don Quijote. De verhalen over de heldendaden van de ridder met een serieuze hoek af, immer vergezeld door zijn trouwe Sancho Panza, tekenen niet alleen een karikatuur van het ridderschap, maar ook een scherp portret van het leven in Spanje.

Lope de Vega (1562-1635) schreef een ontelbaar (2200 ?!) aantal comedies en tragedies, vol gecompliceerde intriges en Spaans nationalisme.

De opvolger van Lope, Calderón de la Barca (1600-1681), schreef in dezelfde periode als de grote Franse klassieke toneelschrijvers.

In Frankrijk was door het Edict van Villers-Cotterêts (1539) het Frans de officiële taal geworden. De hele 16e eeuw door was het « verrijkt » door de aanbreng van woorden uit het Grieks en Latijn, Gascons, Italiaans, Normandisch, … In die kluwen moest opnieuw orde worden geschapen. In haar « hôtel » ontving de markiezin van Rambouillet een elegant, geraffineerd en geletterd gezelschap, zoals de dichter Malherbe. Als reactie op de brutaliteit en de vulgariteit van de godsdienstoorlogen lanceerden zij een nieuwe levensstijl die bestond uit respect, beleefdheid, hoffelijkheid en redelijkheid.

Een andere gast van Rambouillet, de dichter Conrart, verzamelde rondom zich een aantal schrijvers om over letterkunde te discussiëren. Kardinaal Richelieu gaf aan deze groep een officieel statuut, en zo ontstond in 1635 de Académie française. Zij ontving van de Staat de taak om zorg te dragen voor de zuiverheid van de taal. Dit deed zij o.a. door het opstellen van haar Dictionnaire, en door het aannemen van de door Vaugelas op schrift gestelde grammaticaregels (de eerste Grammaire van de Académie verscheen in 1932 …).

Pierre Corneille
Pierre Corneille

Tijdens de eerste helft van de 17e eeuw waren een aantal toneelauteurs bedrijvig, zoals Hardy, Théophile de Viau, Rotrou. Eén stak er bovenuit, en heeft de tand des tijds beter doorstaan, Pierre Corneille (1606-1684). Hij begon zijn carrière als advokaat in Rouen, maar werd in Parijs van de ene dag op de andere beroemd na de opvoering van Le Cid (1636). Andere bekende werken van hem zijn o.a. Horace, Cinna, Polyeucte. Corneilles protagonisten zijn helden met een bovenmenselijke controle op hun passies, die zij ondergeschikt maken aan eer en nationale grandeur. Corneille is vooral de vader van de Franse klassieke tragedie: een verhaallijn zonder overbodige uitweidingen en een helder geschetste psychologische crisis. Hierin verschilt de Franse tragedie van haar Engelse en Spaanse tijdgenoten.

De bloeiperiode van de Franse klassieken in de 17e eeuw valt samen met de regering van Lodewijk XIV. Op raad van Colbert werd de Franse koning de beschermheer van de Franse letteren, hij gaf aan de schrijvers geld en erefuncties, of nam ze in dienst (Racine en Boileau waren zijn officiële geschiedschrijvers), of hij liet stukken opvoeren die elders in ongenade waren gevallen (bijvoorbeeld de Tartuffe van Molière). Hier en daar was er overigens een schrijver die buiten de prijzen viel, maar toch beroemd werd (zoals La Fontaine).

Molière
Molière

Molière (1622-1673) leidde een acteursgezelschap dat het hele land doorkruiste, en waarvoor hij ook de stukken schreef. Hij mocht ook opvoeringen geven aan het koninklijk hof. Van zijn comedies zijn vooral Le Misanthrope, L’Avare,Tartuffe, en Les Femmes savantes nog bekend. Omwille van zijn eerder conservatieve en gezagsvriendelijke opstelling had hij de vrijheid om naar hartelust te spotten met de belachelijke kleine kantjes die hij bij de burgers ongemeen scherpzinnig waarnam.

Racine
Jean Racine

Racine (1639-1699) kreeg zijn opvoeding in de Jansenistengemeenschap van Port-Royal, maar moest met hen breken om zijn theaterambities waar te maken. Tussen 1667 en 1677 schreef hij een serie meesterwerken, o.a. Andromaque, Britanicus en Phèdre. Voor hem moest een klassieke tragedie een eenvoudig handelingsverloop kennen, zich afspelen binnen het bestek van één dag, en gedragen worden door de gevoelens en passies van de hoofdpersonages.

Boileau (1636-1711) was met zijn Art poétique zowat de wetgever, soms de regelneef, van de verschillende poëtische genres.

La Fontaine
La Fontaine

La Fontaine (1621-1695) is wereldberoemd geworden dank zij zijn Fables, die elk een kleine comedie of tragedie op zich zijn, met telkens een moraal, en waarin de schrijver zijn onafhankelijke geest de vrije loop liet.

Bossuet (1627-1704) fundeerde het koninklijk absolutisme op godsdienstige gronden in zijn Politique tirée des propres paroles de l’Écriture sainte, trachtte de Calvinisten weer tot het katholieke geloof te brengen met zijn Histoire des variations des églises protestantes, maar is toch vooral bekend gebleven omwille van zijn redenaarstalent in zijn Oraisons funèbres, die hij uitsprak tijdens de begrafenissen van groten uit Frankrijk en Engeland.

Vermelden we ook nog de brieven van Madame de Sévigné (+ 1696), La princesse de Clèves (beschouwd als de eerste Franse psychologische roman) (1678) van Madame de La Fayette, Les Caractères (1688) van La Bruyère, Télémaque (1696) van Fénelon en de Mémoires van Saint-Simon (+ 1755).

Al deze schrijvers streefden naar orde in de compositie, een heldere en elegante taal, en grandeur in de inhoud. Met respect voor hun klassieke voorbeelden, wisten ze toch een oorspronkelijk oeuvre te scheppen, en zorgden ze ervoor dat het Frans in de volgende eeuw de taal zou worden van diplomatie en van koninklijke hoven, een een status verkreeg die pas lange tijd later opnieuw zou mogen genuanceerd worden.


Publicités