Notariszoon François-Marie Arouet wordt geboren te Parijs op 21 november 1694. De jongeman loopt school bij de jezuïeten, in het beroemde College Louis-le-Grand. Daar is hij van 1704 tot 1710 een opvallende leerling : hij is slechts dertien of veertien jaar oud als hij, aangemoedigd door zijn leraren, verzen begint te schrijven. Hij bekwaamt zich in de rechten en bekleedt dan korte tijd de functie van ambassadesecretaris. Zijn scherpe pen doet hem in 1717 voor elf maanden belanden in de Bastille, de Parijse koninklijke gevangenis voor betere lieden. Daar doodt hij de tijd met het schrijven van toneelwerk. Na zijn vrijlating neemt Arouet de schuilnaam Voltaire aan. Onder die naam is hij nu nog steeds in heel de wereld bekend. Zijn turbulent leven en zijn scherpe pen brengen hem echter alweer in de Bastille. Ditmaal wordt hij snel op vrije voeten gesteld. Voltaire neemt evenwel het onzekere voor het zekere en wijkt uit naar het meer verdraagzame en vrijere Engeland. Daar verblijft hij van 1726 tot 1729. Hij leert er invloedrijke personen kennen en maakt een grondige studie van de Engelse samenleving, het bestuurlijk systeem, kunst en wetenschappen. Hij bestudeert er het werk van Newton, waarvan hij het belang onderkent en waarvan hij de nieuwe opvattingen in Frankrijk zal propageren. In Engeland verzamelt hij ook de elementen voor zijn beroemde Lettres Philosophiques, die in wezen een ode aan de Engelse beschaving en vrijheden zijn.

“De Engelse natie is de enige ter wereld die erin geslaagd is de macht der koningen te regelen door ze te weerstaan en na lange krachtinspanning een regering samen te stellen, die uitblinkt door haar wijsheid, waar de vorst almachtig is om goed te doen, doch gebonden handen heeft om het kwade te verrichten, waar de heren zo groot zijn zonder onbeschaamdheid en zonder vazallen en waar het volk de regering deelt…

Hier zult u niet horen spreken van hogere en lagere rechtspraak, noch van het jachtrecht op de gronden van een burger, die zelf de vrijheid niet heeft een geweerschot te lossen op zijn eigen gronden.

Een mens is hier niet, omdat hij van adel is of priester is, vrijgesteld sommige taksen te betalen. Alle belastingen worden er geregeld door het Lagerhuis.”

Voltaires reputatie en roem nemen snel toe. Zo wordt hij in 1745 zelfs officiële historiograaf van de Franse koning Lodewijk XV, en in 1746, na enkele mislukte pogingen, wordt hij dan toch lid van de Franse Academie. Ook de koning van Pruisen, Frederik II de Grote, een vorst met literaire, muzikale en filosofische ambities, is gesteld op Voltaires vriendschap. De gevierde auteur zal overigens uitgenodigd worden om aan het hof van Frederik te verblijven (1750-1753). De goede relaties met de machthebbers zijn evenwel niet van lange duur. In eigen land valt Voltaire in ongenade; ook de vriendschap met de Pruisische vorst kent hoogten en laagten, tot de finale breuk komt.

Voltaire ziet in zijn talrijke historische werken de geschiedenis als de voortdurende strijd tussen enerzijds bijgeloof, onwetendheid, duisternis, en anderzijds redelijkheid en beschaving. Hij schrijft cultuurgeschiedenis of het verhaal van de vooruitgang.

In 1761 vestigt Voltaire zich in Ferney nabij Genève. Daar zal de krasse zeventiger een enorme literaire activiteit ontplooien en zich als heer van Ferney verdienstelijk maken voor de plaatselijke bevolking. Hij correspondeert met honderden personen en richt in vaak anonieme pamfletten zijn scherpe pen tegen de Kerk en godsdienst, tegen corruptie, wantoestanden en vooral tegen de alom verspreide onverdraagzaamheid en onderdrukking van de vrije meningsuiting. Hij is dan de “intellectuele koning” in Europa. In 1778, enkele maanden voor zijn dood, bezoekt hij een laatste maal Parijs. Een schitterende ontvangst valt hem te beurt. Kort na dit buitengewoon eerbetoon overlijdt Voltaire op 84-jarige leeftijd.

Voltaire dacht van zichzelf dat hij als toneelauteur de geschiedenis zou ingaan. Van zijn omvangrijk toneeloeuvre blijft vandaag echter niets overeind. Het zijn zijn spitse pamfletten en zijn sprankelende verhalen die nu nog gelezen worden, samen met zijn historisch werk en zijn filosofische opstellen. Zijn epistolair oeuvre behoort tot het allergrootste en meest omvangrijke van de wereldliteratuur.

Zijn politieke ideeën zijn niet bijster progressief. Hoewel hij de Engelse constitutionele monarchie bewonderde, was hij ervan overtuigd dat de meerderheid van de bevolking niet in staat was een verstandige bijdrage te leveren tot het staatsbestuur. In tegenstelling tot de meeste filosofen voelde hij niet veel voor de alfabetizering van het gepeupel. Voltaire opteerde voor een aristocratisch geregeerde staat, waar de vorst een filosoof was en de besten van de betere klasse het bestuur in handen hadden. Hij was voorstander van het verlicht despotisme : zijn ideaalbeeld van beschaving was het gelukkige samengaan tussen machtige heersers en bloeiende kennis. Graag was hij zelf minister geworden van zo’n machtige vorst. Goethe schreef : “Voltaire is een wereld die voorbij is, Rousseau is een wereld die ontstaat”.

Toch is Voltaire hét boegbeeld van de Verlichting geworden en wel door zijn felle strijd tegen godsdienstig en politiek fanatisme, zijn inzet voor verdraagzaamheid en vrije meningsuiting, een fundamentele waarde die ook vandaag nog actueel blijft.


Creative Commons License
Op bovenstaand artikel is een Creative Commons Licentie ‘Naamsvermelding – Niet-Commercieel – Gelijk Delen 2.0’ van toepassing. Deze licentievorm maakt gratis gebruik in een onderwijscontext (non-profit) mogelijk.
Auteursrechten van dit artikel.

Publicités