Flaptekst van De Nekslag (L’Assommoir)
Met zijn naturalistische beschrijvingen en gebruik van argot, laat Émile Zola in De Nekslag de armoe en het vuil onder het dunne laagje glamour zien van het leven in Parijs tijdens het Tweede Keizerrijk. Hij beschrijft schitterend de opkomst en ondergang van Gervaise Macquart, de tragische heldin van deze roman, die in haar poging geluk te vinden een wasserette begint. Aanvankelijk lijkt ze te slagen in haar opzet, maar haar man Coupeau verdrinkt haar geld in de kroeg en stort het gezin in de afgrond.

De Nekslag, oorspronkelijk verschenen onder de titel L’Assommoir, is de zevende roman in de imposante, twintigdelige reeks Rougon-Macquart, die Émile Zola tussen 1871 en 1893 schreef. De roman bracht hem roem en rijkdom – er werden in het jaar van verschijnen 38.000 exemplaren van verkocht -, maar wekte tevens de woede op van conservatieve critici die termen gebruikten als: ‘Geen realisme maar smerigheid, geen rauwheid maar pornografie.’

Ruim honderdvijfentwintig jaar na verschijnen heeft de roman niets van zijn overrrompelende kracht verloren. In deze eerste vertaling sinds de jaren vijftig komen niet alleen de rauwe negentiende-eeuwse karakters scherp naar voren, ook het pathos van hun leven is springlevend.

Émile Zola, De Nekslag, vertaald door Hans van Cuijlenborg, met een nawoord en noten van Bart Van Loo,

Uitgeverij LJ Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2004 ISBN 90 204 07287


Publicités