Nederlands (B) en Frans (B) auteur (°Gent 8 VII 1887 – + ald. 17 IX 1964). Pseudoniem van Raymond Marie De Kremer. Schreef eveneens onder de naam John Flanders en talrijke andere pseudoniemen. Zijn levensloop is onontwarbaar door de saga-elementen die er omheen geweven werden. Zijn voorouders waren zeelui. Ook hij heeft gevaren. Studeerde medicijnenen aan de Gentse Hogeschool, maar voltooide zijn studies niet. Nam deel aan de alcoholsmokkel langs de « Rum Row » en in de Antillen. Trad omstreeks 1939 in de journalistiek. Verdween nadien af en toe voor nieuwe avontuurlijke tochten.

Heeft zowat overal geleefd, maar vooral in de duisternis. Hij was meer een man van de haven, dan een ware zeebonk. Zijn avonturen op de oceanen vindt men in zijn Nederlandstalige korte verhalen terug, deels gepubliceerd onder schuilnaam « Kapitein Bill ».

Er bestaat geen fundamenteel onderscheid tussen Jean Ray en John Flanders. Zijn beroemd geworden verhalen zoals Dürer l’Idiot, Le psautier de Mayence, La dette de Gumpfelmeyer, verschenen omstreeks 1930 in de Revue Belge ondertekend John Flanders. Gouden Tanden en Merry-Go-Round zijn oorspronkelijk in het Nederlands geschreven John-Flandersverhalen.

Zijn werken voor de jeugd zijn spannend, maar kunnen bezwaarlijk pedagogisch genoemd worden, aangezien John Flanders de grens tussen volwassenen en jeugd zeer los heeft gehouden. Vandaar dat zelfs in zijn talrijke Vlaamse Filmkens (Averbode) gruwelijke elementen werden ingelast. Zijn Nederlandstalige verhalen werden o.m. gebundeld in de Vlaamse Pockets Griezelen (1964), Gejaagd door de Angst (1966) en Vierde Dimensie (1967), evenals in een John Flanders Omnibus (1965) waarin een zeer mooi dierenverhaal voorkomt onder de titel Een roman van de Zee. De eertijds als volkslectuur in afleveringen verschenen Avonturen van Harry Dickson, die een Nederlandstalige en een Franstalige uitgave kenden omstreeks de jaren 1935-1939, worden sedert 1966 opnieuw gebundeld uitgegeven in de Franse taal.

Zijn Franstalige verhalen zagen het licht in de bundels Derniers contes de Canterbury (1944) – waarin hij, op het spoor van Chaucer, de pelgrims naar Canterbury opnieuw rendez-vous gaf en verhalen liet vertellen – voorafgegaan door Croisière des Ombres (1932), Le Grand Nocturne (1942), en Les Cercles de l’Épouvante (1943). Maar al in 1925 had hij met Les Contes du Whisky internationaal de aandacht gevestigd op zijn talent als auteur van griezelverhalen en promotor van het fantastisch-realisme.

Ofschoon de in zijn Oeuvres complètes (Parijs 1963-1966) voor het eerst verschenen Saint Judas de la Nuit als een korte roman mag beschouwd worden, heeft de auteur nochtans slechts één werkelijk grote roman op zijn actief : Malpertuis (1943). Het thema van Malpertuis is : het geloof aan het voortbestaan van de mythologische goden, zolang er althans één mens blijft om in hen te geloven. Deze door de teloorgang van de mythologische eredienst tot wrakken geworden goden worden door een zeeman tot dienstbaarheid gedwongen en in het sombere ‘Malpertuis’ opgesloten, waar wij, met hen, de terreur ondergaan. Dat de schrijver erin geslaagd is zulk hallucinant gegeven, dat nochtans gemakkelijk tot een ‘Grand Guignol’ had kunnen ontaarden, een vaste, aangrijpende vorm te verlenen, volstaat om hem aan de spits te plaatsen van de literaire explorators van het raadselachtige, ver boven Poe en Hoffmann.

De figuren waarmee wij kennismaken in Ray’s omvangrijke oeuvre, leven meestal aan de zelfkant van de samenleving en schrikken niet voor een misdaad terug. Dit weinig elegante wereldje werd in Les contes du Whisky zelfs in een waas van afschuw gehuld. De misdaden werden bestraft, maar niet langs legale wegen. In Irish Whisky verandert de misdadige Gilchrist in een spin, waarop zijn bediende Wade dan een gruwelijke wraak uitoefent.

Voor Hubert Lampo die in 1971 van Malpertuis een Nederlandse bewerking bracht, is Jean Ray « het voorbeeld van de archetypisch geconditioneerde schrijver, in wiens werk zich vooral de oerbeelden van de angst blijken te openbaren. »

A.Van Hageland in Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur.

Liens

Jean Ray – John Flanders