Arthur en de ridders van de Ronde TafelVanaf de 12e eeuw gaan sommige schrijvers hun inspiratie zoeken in klassieke teksten en in het Keltisch gedachtengoed.

De Bretoense lais zijn kortere verhalen in versvorm. Ze vertellen legenden uit Groot-Brittannië. Wanneer die verhalen langer zijn, of een aantal legenden samenbrengen, worden ze romans genoemd. Het woord roman duidde oorspronkelijk elk verhaal in de romaanse volkstaal aan.

Een aantal romans behandelen het thema van de Graal, een geheimzinnig vaatwerk, waarnaar Perceval of Lancelot op zoek gaan. In latere versies wordt het een heilige Graal, waarin Jozef van Arimatea het bloed van de gekruisigde Christus zou hebben opgevangen.

Zoals Karel de Grote de centrale figuur was in de heldenverhalen, zo is koning Arthur dat in vele hoofse romans. We vinden zijn figuur voor het eerst terug in een Latijnse kroniek (9e eeuw) die wordt toegeschreven aan Nennius, daarna duikt hij op in het werk van Geoffroy van Monmouth (12e eeuw), dat werd vertaald door Wace. Hij wordt voorgesteld als een roemrijke vorst, die de vijanden van Groot-Brittannië kon verslaan, tot de dag waarop hij zelf werd gewond in het gevecht, en naar een mysterieus eiland werd gevoerd, vanwaar hij ooit zal terugkeren om zijn onderdanen bij te staan. Maar in zijn hoofse variant wordt Arthur het type van de ridderlijke vorst, die zich omringt met zijn gezellen van de Ronde Tafel, waar iedereen aanzit op voet van gelijkheid, zonder bevoorrechte plaats.

De Bretoense romans worden gekenmerkt door sprookjesachtige, religieuze en ook magische elementen, die de hele natuur inpalmen. De liefde, die in de heldenverhalen zowat afwezig was, is hier een hoofdbestanddeel van de literaire werken. De hoofse liefde is -weer- mysterieus en onoverwinnelijk. De hoofse held wil alles doen om zijn dame te behagen, en beleeft daardoor de gevaarlijkste en vreemdste avonturen.

Waar de heldenverhalen in assonantieverzen waren opgesteld en werden gezongen, waren de hoofse romans in rijmverzen geschreven en waren ze bedoeld om gelezen te worden.

Le roman d'AlexandreDe antieke romans zijn middeleeuwse bewerkingen van klassieke werken. De bekendste is de Roman d’Alexandre (12e eeuw). De twaalflettergrepige verzen waarin dit werk is geschreven, kregen sindsdien de naam alexandrijnen. Een aantal episodes van dit werk hebben een zekere historische grond. In andere daalt Alexander neer op de zeebodem in een glazen stolp, of stijgt hij ten hemel in een mand die door griffioenen wordt meegenomen…

Andere antieke romans zijn de Roman de Troie, de Roman d’Énéas, de Roman de Thèbes. De protagonisten zijn alleen klassiek in naam, eigenlijk zijn het middeleeuwse, hoofse, personages.

Als we de Bretoense en de klassieke romans met elkaar vergelijken, zullen we de laatste toch minder spannend, en minder afwisselend, vinden. Alle romans in verzen, en overigens ook de heldenverhalen (chansons de geste) van de vorige periode, werden later herwerkt tot prozaromans, en hebben zo vele eeuwen lang de volksverbeelding weten te prikkelen.