De oudste literaire franse tekst, ook « Cantilène de Sainte-Eulalie » genoemd, werd in 1837 gevonden in een manuscript met het werk van de heilige Gregorius van Nazianze. In deze « cantilène » wordt de marteldood van de heilige Eulalia verteld. Vermoedelijk is ze opgetekend tegen het einde van de 9e eeuw in de abdij van Saint-Amand tussen Doornik en Valenciennes. De versificatie stelt vele onderzoekers voor problemen, maar mogelijk is een oplossing dat de cantilène gemaakt was om te zingen, niet om voor te dragen, wat maakt dat de muziek en niet zozeer de woorden drager van het ritme waren. De tekst is geschreven in een romaans met waals-picardische inslag.


Buona pulcella fut Eulalia.
Bel auret corps bellezour anima.

Eulalia was een deugdzaam meisje.
Ze was mooi van lichaam, nog mooier van ziel.

Voldrent la ueintre li d[om] Inimi.
Voldrent la faire diaule seruir.

Gods vijanden wilden haar eronder krijgen,
Ze wilden haar de duivel doen dienen.

Elle nont eskoltet les mals conselliers.
Quelle d[om] raneiet chi maent sus en ciel.

Ze heeft niet geluisterd naar die boze raadgevers,
die wilden dat ze God verloochende, die hoog in de hemel verblijft.

Ne por or ned argent ne paramenz.
Por manatce regiel ne preiement.

Noch voor goud, zilver of sieraden,
noch onder bedreiging of koninklijke bede.

Niule cose non la pouret omq[ue] pleier.
La polle sempre n[on] amast lo d[om] menestier.

Niets kon ooit het meisje ertoe brengen
om niet voor altijd de dienst van God te kiezen.

E por[ ]o fut p[re]sentede maximiien.
Chi rex eret a cels dis soure pagiens.

En om die reden werd ze tot bij Maximianus gebracht,
die in die tijd regeerde over de heidenen.

Il[ ]li enortet dont lei nonq[ue] chielt.
Qued elle fuiet lo nom xp[ist]iien.

Hij spoort haar aan, wat haar onverschillig laat,
om te verzaken aan de christelijke naam.

Ellent adunet lo suon element.
Melz sostendreiet les empedementz.

Daaruit haalt zij haar dapperheid.
Ze zou eerder folteringen ondergaan

Quelle p[er]desse sa uirginitet.
Por[ ]os suret morte a grand honestet.

dan haar maagdelijkheid te verliezen.
Daarom stierf ze in grote eer.

Enz enl fou la getterent com arde tost.
Elle colpes n[on] auret por[ ]o nos coist.

Ze gooiden haar in het vuur opdat ze snel zou verbranden:
ze was zonder schuld, daarom brandde ze niet.

A[ ]czo nos uoldret concreidre li rex pagiens.
Ad une spede li roueret toilir lo chief.

Daarbij kon de heidense vorst zich niet neerleggen.
Hij gaf het bevel om met een zwaard haar hoofd af te snijden.

La domnizelle celle kose n[on] contredist.
Volt lo seule lazsier si ruouet krist.

Het jonge meisje bood geen weerstand.
Ze wil de wereld verlaten en bidt tot Christus.

In figure de colomb uolat a ciel.
Tuit oram que por[ ]nos degnet preier.

In de gedaante van een duif stijgt zij naar de hemel.
Wij vragen allen dat ze voor ons moge bidden,

Qued auuisset de nos xr[istu]s mercit.
Post la mort & a[ ]lui nos laist uenir.
Par souue clementia.

opdat Christus medelijden met ons zou hebben
na onze dood, en ons tot Hem zou laten komen
door zijn goedertierenheid.

Vertaling – À la française

Creative Commons Licentie
De vertaling in het Nederlands is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 2.0 België licentie

La Cantilène de Sainte Eulalie