Geoffroy de Villehardouin (± 1150-1164 – ±1213) was een Frans kroniekschrijver. In 1185 verwierf hij de titel Maarschalk van Champagne. Hij was een van de leidende figuren van de Vierde Kruistocht, en na zijn aankomst in Constantinopel kreeg hij ook de titels Maarschalk van Romanië (zo werd Byzantijns Griekenland toen genoemd) en baron van Makri en Trajanopolis. Hij staat bekend als de auteur van La Conquête de Constantinople (± 1207), een kroniek die de gebeurtenissen van 1198 tot 1207 verslaat, een van de eerste prozawerken ooit in het Frans geschreven. Het werk is zowel literair als historisch waardevol te noemen.

JoinvilleJean de Joinville (1224 – 1317) volgde zijn vader in 1233 op als heer van Joinville. Jean was een vroom man, die zijn best deed om zijn heerlijkheid goed te besturen. Hij vervoegde Lodewijk IX in de Zevende Kruistocht en werd er zijn vertrouweling en meest naaste raadgever. In 1270 nam hij evenwel geen deel aan de Achtste Kruistocht van Lodewijk IX, omdat hij voorzag dat dit een mislukking zou worden. Jan raakte vooral bekend als biograaf van Lodewijk IX. Het bekende Livre des saintes paroles et des bons faits de notre roi saint Louis werd tussen 1305 en 1309 door Joinville geschreven op vraag van Jeanne de Navarre (Johanna van Navarra), echtgenote van Filips IV.

Jean Froissart (Valenciennes, ca. 1337 – Chimay, ca. 1405) was een belangrijke laatmiddeleeuwse, Franstalige dichter en kroniekschrijver uit de Zuidelijke Nederlanden. Eeuwenlang was zijn meesterwerk, de Kronieken, een belangrijke bron voor de geschiedschrijving over de Honderdjarige Oorlog en de feodaliteit en wordt het beschouwd als uitdrukking van de heropleving van de riddertijd. Het werk beschrijft de jaren 1322 tot 1400.

Froissart Slag bij WestrozebekeOver het leven van Froissart zelf is weinig bekend. Froissart was afkomstig uit Valenciennes in het graafschap Henegouwen. In 1362 werd hij hofdichter en geschiedschrijver voor Filippa van Henegouwen, de gemalin van Eduard III van Engeland.

Froissart reisde onder meer naar Engeland, Schotland, Wales, Frankrijk, Vlaanderen, Spanje en Milaan om materiaal te verzamelen voor zijn kroniek. In 1368 reisde hij in het gevolg van Lionel van Antwerpen naar Milaan om het huwelijk van Lionel met de dochter van Galeazzo Visconti bij te wonen. Opmerkelijk genoeg waren daar naast Froissart ook twee andere belangrijke middeleeuwse auteurs, Geoffrey Chaucer en Petrarca, aanwezig.

Na de publicatie van zijn eerste werk, en na de dood van Philippa, werd hij onder andere gesteund door Johanna van Brabant. Hij ontving de prebende van Estinnes, een dorp bij Binche en werd later kanunnik van Chimay. Dit was genoeg om verdere reizen om materiaal voor zijn werk te verzamelen uit eigen zak te betalen. In 1395 keerde hij terug naar Engeland, maar was teleurgesteld in de veranderingen sinds hij dit land voor het laatst had bezocht, met name in het verdwijnen van hoofs gedrag. Er is niet bekend wanneer en waar hij is overleden, maar hij zou begraven liggen in de Sint-Monegundis van Chimay. Een manuscript, bewaard op het kasteel van Chimay, zegt dat Froissart in 1419 stierf.

CommynesPhilippe de Commynes of Commines (1447 – 1511), was een Bourgondisch staatsman, diplomaat en geschiedschrijver, afkomstig uit de buurt van Ieper.

Hij was een Franstalige Vlaming die belangrijke functies vervulde bij hertog Karel de Stoute, en daarna overliep naar diens aartsvijand Lodewijk XI. Zijn werk Mémoires (over de periode 1465 – 1498) getuigt van zijn machiavellistische opvattingen, maar ook van zijn sterk kritische instelling. Als zodanig is het een voorloper van de renaissanceliteratuur.

Bron: WikipediaCreative Commons Licentie
Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Unported licentie